Algemeen
Een onbelast, gezond dier is lichamelijk in balans. Er is een natuurlijk evenwicht tussen alle onderdelen van het lichaam. De juiste balans is m.n. bij paarden van vele factoren afhankelijk.
Vanaf het moment dat een jong paard wordt beleerd ontstaan er al verstoringen. Hoe verder het dier komt in zijn opleiding/gebruik, hoe meer aanpassingen het vergt van het bewegingsapparaat. Hieronder vallen spieren, pezen, banden en gewrichten (ledematen en wervelkolom).
Klachten van het bewegingsapparaat kunnen zich uiten in een acute blessure (bijvoorbeeld peesbeschadiging) of een langzaam verergerende kwaal (bijv. steeds schever lopen).
Duidelijke symptomen zijn kreupelheden en gedragsveranderingen (bijv. verzet, weigeren). Minder specifieke symptomen bij paarden zijn bijv. slechte aanleuning, moeilijk stelling/buiging nemen, zadeldwang of gangproblemen.

Lees verder >>